vrijdag 27 januari 2012

Traditionele Interventie Model

Het Traditionele Interventie Model bestaat uit twee assen. De horizontale as gaat van links concreet naar rechts vaag. De verticale as gaat van boven verbaal naar onder non verbaal.
In het model zijn vier kwadranten die zich in de assen verhouden van
Kwadrant 1: Verbaal/Concreet ofwel het interventies op inhoud gericht.
Kwadrant 2: Verbaal/Vaag, dit zijn de interventies gericht op hoe iets wordt verteld.
Kwadrant 3: Non verbaal/Concreet: hier gaan de interventies over wat je ziet.
Kwadrant 4: Non verbaal/Vaag: dit zijn de interventies over het gevoelsaspect.
Bij coachend werken is het belangrijk dat je bewuste interventies doet. Dat wil zeggen dat als jezelf in het hier en nu bent, je ook bewuster bent van het effect van je interventies. De interventies zijn procesinterventies die feitelijk alleen kunnen ontstaan in het hier en nu. Als je dit wilt oefenen, dan kun je vrij gemakkelijk beginnen met Aansluiten op wat iemand zegt.


Eerste kwadrant INHOUD

In het eerste kwadrant kun je aansluiten bij de inhoud. Je sluit dan aan bij de letterlijke woorden/zinnen die iemand gebruikt.
Bijvoorbeeld:
Ander: "het ligt al een tijdje op het puntje van mijn tong". Sluit dan bv aan met "wat bedoel je met een tijdje? Hoelang is een tijdje?" Of "wat ligt er dan op het puntje van je tong". Etc. wat feitelijk in taal bij inhoud vaag is kun je concreet krijgen. Mensen bewaren nou eenmaal wat 'natuurlijke' vaagheid en dat is vaak onbewust. De 3DMens is echter scherp(er) in zijn eigen bewustzijn en vraagt door.

 

Tweede kwadrant HOREN of BELUISTEREN

Oefenen kun je ook in het tweede kwadrant: dan ga je naast de letterlijke tekst door intervenieren op betrekkingsnivo in de taal zelf. De wijze waarop het wordt verteld (het hoe).
Bijvoorbeeld: "De nadruk die je legt op een tijdje geeft mij de indruk dat het er er heel lang ligt, klopt dat?" Bij het tweede kwadrant kun je ook meer interpreteren, bijvoorbeeld "je zegt dat het al een tijdje op het puntje van je tong ligt, het klinkt bij mij wat voorzichtig...heeft het misschien met elkaar te maken?"
Dit kwadrant is voor veel mensen lastig, omdat we niet echt bewust gewend zijn van hoe iets wordt verteld. Onderzoek bij jezelf eens wat je kunt oefenen.
Hoe klinkt de vraag/verhaal? Hoe komt het op je over? Hoe is de toon (intonatie)? Hoe is het woord gebruik (veel of weinig en welke soort woorden)? Wat is de spreekstijl (langzaam, snel, duidelijk, onduidelijk, bedachtzaam, energiek, boeiend vertellend etc.)? Wat is de booschap achter de letterlijke tekst, bijv. klagend, verwijtend, slachtofferig?
Voor de meer ervaren 3DMensen kunnen zelfs interventies doen in wat je juist NIET hoort. Bijvoorbeeld: "ik hoor je veel vanuit de je - vorm je verhaal vertellen, maar ik hoor geen ik - vorm. Herken je dat van jezelf? Wat kan dat betekenen?"
Tips: let op taalversluiering: woorden als niemand, iedereen, nooit, altijd en gewoon zijn mooie aanleidingen om op door te vragen en irrationalitele opvattingen te ontdekken.


Derde Kwadrant (ZIEN of WAARNEMEN)

In dit kwadrant werken kan je ook veel informatie geven. Je daarvan bewust zijn en vervolgens op bevragen geeft vaak onverwachte beweging in gesprekken.
Hier gaat het om wat je ziet in het gedrag van de ander. Je neemt iets waar wat zichtbaar is voor jou en onzichtbaar voor anderen. Je kan het blinde vlekken noemen, maar die term past ook prima bij tweede kwadrant als je het niet te letterlijk neemt.
Als iemand anders iets vertelt en je bent alert op het non verbale deel, dan kun je je richten op de houding of bewegingen. Hoe staat iemand en hoe is de gezichtsuitdrukking? Vertelt iemand iets wat niet leuk is, maar trekt constant een grimas, dan is er een duidelijke blinde vlek. Wat doet het nu echt met iemand als het niet leuk is? Je kunt in het Zien kwadrant bijvoorbeeld zeggen, "je verhaal is heftig als ik het je zo hoor vertellen, maar de blik die je daarbij hebt zegt mij dat iets anders...weet je hoe je erbij kijkt?
Iemand in de klaagrol of slachtofferrol zal onbewust meer prijsgeven in houding en gedrag dan hij denkt. Afhangende schouders, naar beneden kijken, frutselen aan haar, sieraden, etc. of wegkijken (geen oogcontact, maar steeds naar een punt (soort anker) ergens anders), leuning vasthouden, etc. hier kan ik nog wel even doorgaan. Ik heb in de afgelopen jaren in mijn reflectiedagboeken aardig wat waarnemingen beschreven. Mogelijk komt er nog eens een artikel in mijn blog van.
Aansluiten bij wat je in het hier en nu ziet heeft onmiskenbaar effect en maakt iemand bewust. De reactie is dan ook altijd een vorm van beweging. Oefen hier op en je zult het merken.


Vierde Kwadrant (ERVAREN of VOELEN)

Hier interventies doen lukt alleen als je er zelf goed mee om kan gaan. In mijn trainingen zie ik dat dit kwadrant als het meest lastigst wordt ervaren. Hier spelen natuurlijk ook opvattingen over voelen een grote rol. Hier zit voor veel 3DMensen de grote sprong. Als je dat lukt dan ontstaat er echte verbinding. In dit kwadrant zit je met je interventies ook echt bij het hier en nu gevoel. Daarmee bedoel ik dat iemand als het ware een eerdere beleving in het hier en nu beleefd als het wordt verteld. Je ziet rode vlekken in het gezicht of nek, je ziet dat iemand iets wegslikt (brok in de keel), je ziet dat iemand glazige ogen heeft omdat oude emoties zich in het hier en nu laten zien. Dan kun je treffend interventies doen die echt gaan over de emoties.
Als iemand iets verteld over een eerdere gebeurtenis en je vraagt door over wat iemand toen voelde (dat zie ik nl in de trainingen vaak gebeuren), dan is het feitelijk niet het gevoel in het hier en nu en intervenieer je feitelijk vanuit eerste kwadrant.
Zeg je "hoe was de sfeer in de ruimte toen de woorden op het puntje van je tong lagen?", dan vraag je naar het verleden, naar de situatie, dus eerste kwadrant, maar zeg je "hoe voel je je op dit moment als je dit verteld?, dan maak je iemand bewust van gevoelens in het hier en nu.
Aansluiten bij gevoelens die er zichtbaar worden geuit in het hier en nu worden vaak vanuit de eigen opvatting over gevoel weggedrukt door te bagatelliseren. Het beste wat je kunt doen is vragen wat iemand op dat moment nodig heeft. Dus niet zelf gelijk actie nemen, maar juist stilstaan bij wat zich voordoet. Als de ander dan uit zichzelf aangeeft even rust nodig te hebben, dan vraag je wat ie dan wil. Laat het vooral uit die ander komen. Daarmee zet je iemand vanuit eigen beweging in zijn kracht.
Oefenen kun je bijvoorbeeld door vanuit iets wat je ziet of hoort (kw 2 en kw 3) door te vragen naar gevoel in het het hier en nu.
Het Traditionele Interventie Model is prachtig om jezelf bewust te maken en duidelijk effect te krijgen. Van belang is dat je dit steeds passend doet en vooral vanuit de context. Zomaar in een lollig verhaal van een collega inbreken kan natuurlijk ook het verhaal platslaan. De 3DMens die dit model wil inzetten moet zich realiseren dat het goed toepasbaar is bij klaaggedrag, slachtoffergedrag, mopperen/zeuren, feedback etc.
Ik wil afsluiten met het feit dat in dit model ook valkuilen zitten. Ieder kwadrant heeft een vervorming. Daarmee is voor mij een Nieuw Interventie Model aan het onstaan. Hier ga ik later nog verder op in.
 
Voor nu, veel plezier.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen